dinsdag 18 maart 2014

PAPA

Op vaderdag 2012 schreef ik dit stukje:
Van Anne Doornbos is onderstaand gedicht, steeds als ik het lees moet ik aan mijn vader denken, ik heb mijn vader nog, hij is 91.
Als ik op bezoek ga is hij blij dat hij me ziet maar ik vraag niet: "weet je hoe ik heet?" want waarschijnlijk weet hij mijn naam niet meer, of hij kan er op dat moment even niet op komen.
Hij weet dat ik bij hem hoor en dat is genoeg.
Zijn naam zal ik altijd noemen en ik draag hem immers ook

Inmiddels is mijn vader op 26 februari j.l. 93 geworden
Vanmorgenvroeg is hij overleden, "Uut de tied ekomen", ingeslapen, mijn zus en ik waren er bij.
Als je je vader bijna 65 jaar hebt gehad kun je alleen maar dankbaar zijn, het is heel veel mensen niét gegeven.

Al vanaf die vaderdag in 2012 staat het gedicht van Anne naast mijn computer, het deed en doet me zo aan mijn vader denken. Steeds verder gleed hij weg in een omgeving waar hij niet wilde zijn, niemand niet trouwens. Als je niet meer kunt zeggen wat je wilt, niet meer uit je woorden kunt komen, niemand meer kent... dan wil je er ook niet meer zijn. God luistert niet naar me zei hij in het begin van zijn opname nog wel regelmatig maar ook dat ging over, Hèlp me toch! zei hij tegen de verzorgsters, maar dat mag niet, je moet door tot het bittere einde. Gelukkig is dat einde voor hem er nu. Dat gedicht dat hoort bij mijn vader, hij zal niet vergeten worden, we zullen zijn naam nog vaak noemen; hij had er meer dan 1, voor mijn moeder was hij Jan, voor ons Papa, voor de kleinkinderen Opa, voor de kinderen van mijn dochter en schoonzoon: Opa koekje of opaopa en voor de kinderen van mijn zoon en schoondochter: Opa van der Haar
Nog 1 keer dat gedicht:

Nog ien keer
neem mij nog ien keer bij de haand,
as ik je naom niet meer zal weten
en ook mien eigen ben vergeten
en douwel met mij deur het olde laand.


oons moe hangt net de wasse an de lien,
de rooie stienpeer stiet in volle blui,
van scheuveln woj ja nooit ies mui,
de Lanz stiet stampend veur de dörsmesien.


Een kathedraal boven de lemen deel,
in 't stro een koor van kinderstemmen.
Langzaoman wordt hiel mien wereld heel.


Laot mij dan as eerappelrangen vergaon
Liggen as een wenakker in november.
Maor nuum mien naom, o, nuum mien naom

Dat doen we Pap, dat doen we want we hebben jou niet meer maar wel heel veel mooie herinneringen.